Wanneer je een dier wil laten slachten, moet je je laten registreren bij de Dienst Burgerzaken. De registratie is éénmalig. Daarna krijg je een registratienummer, dat volstaat voor slachtingen in het slachthuis.
Voor thuisslachtingen (varkens, schapen, geiten, herten) heb je ook nog een beslagnummer nodig én een slachtbewijs. Voor elke thuisslachting moet een nieuwe vergunning aangevraagd worden. Let erop dat je minstens 4 dagen op voorhand langskomt. Het slachtbewijs is één week geldig en dient één jaar lang bewaard te worden.
Het is verboden runderen en kalveren thuis te slachten. Voor gevogelte, konijnen en wild is dan weer geen slachtbewijs nodig.
Meebrengen?
- identiteitskaart
- registratienummer (indien al aangevraagd)
- beslagnummer (van het te slachten dier), terug te vinden bij de persoon waar het dier gekocht werd